Terug naar de blog

Statistiek

Kansrekening voor beginners: kansen berekenen

4 augustus 2026

Kansrekening gaat over hoe waarschijnlijk iets is. Een kans is altijd een getal tussen $0$ (kan niet) en $1$ (zeker), vaak geschreven als breuk, decimaal of percentage.

De basisregel

Bij gelijke, eerlijke uitkomsten geldt:

$$P(\text{gebeurtenis}) = \frac{\text{aantal gunstige uitkomsten}}{\text{totaal aantal uitkomsten}}$$

Bijvoorbeeld: de kans op een $6$ met een dobbelsteen is $\frac{1}{6}$. De kans op een even getal is $\frac{3}{6} = \frac{1}{2}$.

"En"-kansen: vermenigvuldigen

De kans dat twee onafhankelijke gebeurtenissen allebei gebeuren, is het product van de kansen:

$$P(A \text{ en } B) = P(A) \times P(B)$$

Twee keer achter elkaar een $6$ gooien: $\frac{1}{6} \times \frac{1}{6} = \frac{1}{36}$.

"Of"-kansen: optellen

De kans op $A$ of $B$ (die elkaar uitsluiten) tel je op:

$$P(A \text{ of } B) = P(A) + P(B)$$

Een $1$ of een $2$ gooien: $\frac{1}{6} + \frac{1}{6} = \frac{2}{6} = \frac{1}{3}$.

De complementregel

De kans dat iets niet gebeurt is $1$ min de kans dat het wél gebeurt:

$$P(\text{niet } A) = 1 - P(A)$$

Handig als "minstens één" makkelijker via het tegenovergestelde te berekenen is.

Let op

Gebruik "of"-optellen alleen als de gebeurtenissen elkaar uitsluiten. Kansrekening leunt sterk op rekenen met breuken; en het samenvatten van data doe je met gemiddelde, mediaan en modus.

Oefen met kansrekening

Van basiskansen tot en/of-regels: oefen kansrekening stap voor stap op Practicely.

Lees ook